Ad van Pelt
Skip Navigation Links rgels - oerden - Petruskerk (hoofdorgel)

Het hoofdorgel van de Petruskerk te Woerden

....

Dispositie van het Johann Heinrich Hartmann Bätz-orgel in de Petruskerk (1768)
Hoofdwerk C-d3:
Prestant 16' [Discant dubbel]
Baardpijp 8'
Quintadeen 8'
Roerfluyt 8'
Octaaf 4'
Fluyt 4'
Quint 3' [Discant dubbel]
Octaaf 2' [Discant dubbel]
Nagthoorn 2'
Mixtuur IV-VI-VIII
Trompet 8'
Vox humana 8'
Trambland tot Vox humana 8'
Rugwerk C-d3:
Prestant 8' [Discant dubbel]
Holpijp 8'
Octaaf 4'
Fluyt 4'
Nasaat 3'
Superoctaaf 2'
Flageolet 1 ½'
Mixtuur III-IV-V-VI
Cornet IV discant
Trompet 8'
Trambland tot Ruxpositief

 
Pedaal C-d':
Bordon 16'
Prestant 8'
Octaaf 4'
Fagot 16'
Trompet 8'

Koppelingen:
Copling HW-RW bas/discant
Copling RW-HW
Copling Ped-HW


 
Voorts:
Winduytlating
Drie Afsluytingen
Toonhoogte a = 432 Hertz
     bij 18 graden Celsius

Belangrijk:

De klavierkoppels kunnen
tijdens het spelen niet
worden getrokken,
ook kunnen ze niet
worden weggeduwd

 

Verdeling van de registers aan de linkerzijde van de speeltafel:

          6.
Koppeling
RW-HW
Afsluyting
Hoofdwerk
1.
Mixtuur
Hoofdwerk
2.
Octaaf 2'
Hoofdwerk
3.
Fluyt 4' 
Hoofdwerk
4.
Quintadeen 8'
Hoofdwerk
5.
Baardpijp 8'
Hoofdwerk
Afsluyting
Pedaal
7.
Trambland
Rugwerk
8.
Fagot 16'
Pedaal
9.
Bordon 16'
Pedaal
10.
Voxhumana 8'
Hoofdwerk
11. Koppeling
HW-RW
Links (Baskant)
Afsluyting
Rugwerk
12.
Mixtuur
Rugwerk
13.
Fluyt 4'
Rugwerk
14.
Nasaat 3'
Rugwerk
15.
Holpijp 8'
Rugwerk
16.
Prestant 8'
Rugwerk

Verdeling van de registers aan de rechterzijde van de speeltafel:

17.
Prestant 16'
Hoofdwerk
18.
Roerfluyt 8'
Hoofdwerk
19.
Octaaf 4'
Hoofdwerk
20.
Quint 3'
Hoofdwerk
21.
Nagthoorn 2'
Hoofdwerk
22. Trambland
tot Voxhumana
Hoofdwerk
23. Koppeling
HW-RW
Rechts (Discant)
24.
Trompet 8'
Hoofdwerk
25.
Prestant 8'
Pedaal 
26.
Octaaf 4'
Pedaal 
27.
Trompet 8'
Pedaal 
[geen nummer]
Winduytlating
 
28.
Cornet
Rugwerk
29.
Octaaf 4'
Rugwerk 
30.
Superoctaaf 2'
Rugwerk 
31.
Flageolet 1½'
Rugwerk 
32.
Trompet 8'
Rugwerk 
33.
Koppeling
Ped-HW


In het bovenstaande schema staan de registers van het Hoofdwerk in rood, Pedaal in paars, Rugwerk in groen
Het orgel heeft 27 stemmen (waaronder 5 tongwerken). Omdat veel registers in de discant dubbel zijn en de mixtuur zelfs oploopt tot 8 sterk is het instrument te vergelijken met een orgel van 30 à 32 stemmen. In totaal zijn er 1842 orgelpijpen (waaronder 207 tongpijpen = 11%). Ter vergelijking : het orgel in de Oude Kerk in Huizen heeft 26 stemmen (waaronder 6 tongwerken). In totaal zijn er 1592 orgelpijpen (waaronder 258 tongpijpen = 16%). Wanneer we aan dat orgel 4 manuaalregisters en 1 pedaalstem zouden toevoegen zouden er ook circa 1846 orgelpijpen aanwezig zijn.

Informatie over de aanstaande restauratie van het orgel : Restauratie Bätz-orgel

Orgels en organisten van de Grote- of Petruskerk te Woerden, vanaf circa 1460


Het Peter Geritsz-orgel (1479)
uit de Koorkerk te Middelburg.
In de Petruskerk bouwde
Peter Geritsz ook een orgel.
Vermoedelijk vertoonden deze
orgels uiterlijk overeenkomsten.

Waarschijnlijk was er reeds in de 10e eeuw een kerk op de plaats van de huidige Petruskerk. Wanneer precies met de bouw werd begonnen is volledig onzeker. We weten in elk geval dat Dirk III (die van 1190 tot 1203 graaf van Holland was) in 1202 de bisschop van Utrecht aanviel, en dat bij deze gelegenheid, na roof en brandstichtingen ook de kerk werd verbrand. We nemen aan, dat de kerk na deze verwoesting werd opgebouwd. In de loop van de 14e eeuw werd de toren gebouwd, waarschijnlijk rond 1375. Daarna werd de kerk ook uitgebreid. Rond 1450 was de vergrootte kerk gereed. De Petruskerk bezat waarschijnlijk reeds in de 15e eeuw een orgel.

Het Peter Gerritz-orgel van circa 1460
Henric Gysbertszoon was mogelijk vanaf circa 1460 organist van de Petruskerk. We weten namelijk dat Henric in 1458 of 1459 een bezoek bracht aan de orgelbouwer Peter Gerritszoon te Utrecht. Dit blijkt uit de stadsrekeningen. Peter Gerritsz kreeg de opdracht kreeg om het orgel in Woerden te bouwen. Hij heeft enkele jaren later (1477-1479) ook het orgel van de Nicolaïkerk te Utrecht gebouwd. Het is zeer bijzonder dat de kas van dit Utrechtse orgel niet verloren is gegaan, maar nog steeds is te bewonderen in de koorkerk te Middelburg. Het Woerdense orgel zal veel overeenkomsten met dit instrument hebben vertoond. Na 1460 ontbreken helaas weer alle gegevens over een orgel en eventuele organisten in Woerden. Pas omstreeks het jaar 1520 wordt er weer melding gemaakt van een anonieme organist. 

Het Niehoff-orgel van 1555
De orgelbouwer Hendrik Niehoff (circa 1495-1561) uit 's-Hertogenbosch, die omstreeks 1520 in dienst trad van orgelbouwer Jan van Covelens, bouwde in 1539-1540 een fraai orgel in de Bartholomeüskerk te Schoonhoven. De kas van dit instrument is bewaard gebleven en bevindt zich thans in de Laurenskerk te Rotterdam. In 1545 bouwde Niehoff een orgel voor de Oude Kerk in Amsterdam en omstreeks 1556-1558 een instrument voor de Sint Janskerk in Gouda. In deze periode ontstond ook in Woerden de wens om het Woerdense orgel uit te breiden en/of te moderniseren. Daartoe stuurde de magistraat van de stad in 1554-1555 een bode naar deze vermaarde orgelbouwer Hendrik Niehoff te ’s-Hertogenbosch. Kennelijk met goed resultaat voor Niehoff, want kort daarna, omstreeks 1555, verrichtte deze orgelbouwer werkzaamheden in de Petruskerk. Wat hij precies in Woerden heeft gedaan, is helaas volledig onbekend gebleven. Waarschijnlijk bouwde hij een vrijwel nieuw orgel, maar dat is geenszins zeker. Maarten Albert Vente schrijft in zijn studie "Die Brabanter Orgel": "Vielleicht baute Niehoff eine grosse und eine kleine Orgel. Die Kirche besass bis weit in das 17. Jahrhundert zwei Orgeln. Ein Hinweis auf Niehoff ist auch darin zu sehen, dass der Organist zu Woerden, Pontiaan Adriaanszoon, 1558 aufgefordert wurde, die neue Orgel in Gouda abzunehmen". Mogelijk maakte hij daarbij gebruik van pijpwerk uit het oude orgel van Peter Gerritszoon. Naast dit Niehoff-orgel was er waarschijnlijk in het midden van de 16e eeuw nog een tweede orgel aanwezig, maar dat is lang niet zeker. Het is namelijk goed mogelijk dat met het "tweede orgel" het rugpositief van het hoofdorgel werd bedoeld.

File:Orgel (1557) reproductie van foto - Brouwershaven - 20044228 - RCE.jpg
Het Hendrik Niehoff-orgel (1557) uit de Grote of Sint Nicolaaskerk te Brouwershaven. Omstreeks 1555 bouwde Niehoff waarschijnlijk ook een orgel voor de Petruskerk. We kunnen gevoeglijk aannemen, dat deze orgels overeenkomsten vertoonden.

Reeds vanaf circa 1542 waren de volgende personen in dienst als organist:
Pontyaen Adriaenszoon was organist van circa 1542 tot 1579.
Dirck Gerrits Verhey was organist van 1580 tot 1626.
Gerrit Dircxzoon Verhey (Gerrit Dircksen Verhey) was organist van juni 1626 tot 1637.
Jaquus Maton was organist van 1637 tot 1639.
Lucas Jacobs was organist van 1639 tot 1651.
Gijsbert van Dam was organist van 1652 tot 1672.

Kerkbrand van 1672
Op zondag 18 maart 1672 werd Woerden door de Franse troepen bezet. De Hollandse troepen onder leiding van de Prins van Oranje gingen in de nacht van 10 op 11 oktober tot de tegenaanval over. In de vroege morgen van 11 oktober merkte de Franse bezetting de aanval van het leger van de prins, waarna de Fransen op de torentrans van de Petruskerk een vuur maakten, als signaal aan de Franse troepen in Utrecht, als vraag om hulp voor de bezetting van Woerden. In korte tijd vatte de torenspits echter vlam en verbrandde, waarbij de brandende balken op het kerkdak vielen. Korte tijd later brandde de Petruskerk nagenoeg geheel af. Daarbij ging vrijwel het gehele interieur verloren, inclusief het orgel of de orgels. De kerk werd in 1675 weer in gebruik genomen, maar... zonder orgel!

Het orgel van Johann Heinrich Hartmann Bätz (1768)
Pas in 1766 kreeg de Utrechtse orgelbouwer J.H.H. Bätz (1709-1770) de opdracht om een nieuw orgel te bouwen. Dit instrument werd op 5 mei 1768 in gebruik genomen. Johann Heinrich Hartmann Bätz werd geboren in 1709 in Frankenroda in Saksen. Hoewel er niets over bekend is, is het zeer goed mogelijk dat hij Johann Sebastian Bach zelf heeft horen spelen. Wellicht heeft hij hem zelfs ook ontmoet. Hij bracht de eerste 24 jaar van zijn leven immers gelijktijdig met Bach in dezelfde streek door. In 1733 vestigde hij zich in Nederland. Eerst was hij meesterknecht van Christian Müller. In die periode heeft hij meegewerkt aan de bouw van het beroemde Müller-orgel in de Sint-Bavokerk te Haarlem. Vanaf 1739 was hij zelfstandig orgelbouwer te Utrecht. De eerste tijd verzorgde hij voornamelijk het onderhoud van diverse orgels, zoals het orgel van de Domkerk, Jacobikerk en Nicolaïkerk te Utrecht. Hij bouwde zestien orgels. Twaalf van deze instrumenten bleven min of meer in de originele staat bewaard:


Het Johann Heinrich Hartmann Bätz-orgel (1755)
uit de Hervormde Kerk te Benschop

1750 - Mijnsheerenland, Hervormde Kerk (gebouwd voor Heusden, Hervormde Kerk)
1755 - Benschop, Hervormde Kerk (zie afbeelding hiernaast)
1758 - Schalkwijk, Sint Michaëlskerk (gebouwd voor Oosterhout, Hervormde Kerk)
1761 - Gorinchem, Janskerk (in 1853 uitgebreid en van een nieuwe kas voorzien door Witte)
1762 - Den Haag, Ev.-Lutherse Kerk
1764 - Hoorn, Oosterkerk (in 1871 bouwde Witte een nieuw orgel in de bestaande kas)
1765 - Katwijk aan Zee, Vredeskerk (gebouwd voor Utrecht, Doopsgezinde Kerk)
1765 - Tilburg, Hervormde Kerk
1766 - Amersfoort, Ev.-Lutherse Kerk
1766 - De Pollen, Hervormde Kerk (gebouwd als kabinetorgel voor I.J. Faber van Riemsdijk te Utrecht)
1766 - Oene, Hervormde Kerk (gebouwd voor Utrecht, RK Schuilkerk)
1768 - Woerden, Petruskerk - Dit is zijn laatste instrument dat bewaard is gebleven.

De prachtige orgelkas
Onder het Rugwerk van het J.H.H. Bätz-orgel is, in een prachtig gesneden cartouche, de volgende Latijnse tekst aangebracht:
Duobus organis quibus ornatum antea hoc templum erat hostilli igne combustis ao MDCLXXII novum organum construi decreverunt et locaverund nibblissimi hujus urbis magistratus ao MDCCLVI cujus operis fabricatio sub amplissimorum consulum auspici coepta ao MDCCLXVII et consummata fuit MDCCLVIII
Nadat de beide orgels waarmee deze kerk eertijds versierd was in 1672 door vijandelijk vuur waren verbrand, hebben de Edele Magistraten van deze stad in 1766 besloten een nieuw orgel te bouwen en te plaatsen. De vervaardiging van het werk is onder toezicht van deskundigen in 1767 begonnen en voltooid in 1768.
We zien aan dit instrument veel uitbundig snij- en beeldhouwwerk in rococo-stijl, gemaakt door de beeldsnijder Johannes Schaddé uit Leiden. Op de borstwering zijn meerdere muziekinstrumenten aangebracht, aan de linkerzijde een gitaar, aan de rechterzijde een viool. De middentoren van het hoofdwerk wordt bekroond met een beeld van de harpspelende Koning David, op het rugwerk zien we het stadswapen van Woerden. Op de overige torens staan musicerende putti.

Meer over de Bätz-orgels vanaf 1773 is te vinden op de aparte pagina over de Bätz-orgels

Organisten van het J.H.H. Bätz-orgel te Woerden vanaf 1768
Evert Rittel
was organist vanaf 5 mei 1768 tot 1774.
J.P.E. Mietenheim (overleden 1795) was organist van 1774 tot aan zijn overlijden in november 1795.
Jan Gijsbert Schuak (1772-1825) was organist van 1795 tot 1796.
Jan Uurling (ca.1760-1845) was organist van 1796 tot 1845.
Jacob Kwast (1820-1890) was organist van 1845 tot 1847.
Willem van Nieuwkerk (1816-1883) was organist van 1847 tot 1883.
Jacob Hendrikus Bastiaan Spaanderman sr. (1864-1943) was organist van 1883 tot 1889.
Martinus Vermeulen (1859-1925) was organist van 1889 tot 1925.
Pieter Vermeulen (1890-1974) was organist van 1926 tot 1936.
Anne Marten ten Hoeve (1909-1996) was organist van 1936 tot 1979.
Herman van Vliet (geb. 1941) was organist van 1979 tot 1990.
Ad van Pelt (geb. 1960) is organist sinds 1986.
Henk Hilgeman (geb. 1962) was organist van 1986 tot 2006.
Annelies van Zoelen-Kuus (geb. 1967) is organiste vanaf 1986.
Hendrika Veerman (geb. 1962) was organiste van 1990 tot 1998.
Kees Bruggeman (geb. 1960) is organist sinds 1990.
Nico van der Kooij (geb. 1960) is organist sinds 1988.
Marnix van der Ploeg (geb. 1974) is organist sinds 2009.

Meer over de organisten van de Petruskerk is te vinden op de pagina over de Organisten van de Petruskerk
...