Overige orgels

Tot nu toe zijn zes orgels buiten de provincies Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland bespeeld tijdens zes concerten van het Bach en Mozartfestival:

Provincie / LandPlaatsKerk
FrieslandLeeuwardenGrote of Jacobijnerkerk
GelderlandCulemborgVerzorgingshuis ‘Beatrix’
Noord-Brabant’s HertogenboschSint Janskathedraal
LimburgEckelradeSint Bartholomeuskerk
MheerSint Lambertuskerk
BelgiëGentSint Baafskathedraal
DuitslandSteinhagenEv.-Kirche

Leeuwarden – Grote of Jacobijnerkerk

Dispositie van het Christian Müller-orgel (1727)

Werkzaamheden door L. van Dam en Zonen (1885). Restauratie door Bakker en Timmenga (1978) – Toonhoogte: a’ = 460 Hz

Hoofdwerk C-g3:
Prestant 16′
(discant dubbel)
Octaaf 8′
(discant dubbel)
Roerfluit 8′
Octaaf 4′
Quint 3′
Superoctaaf 2′
Mixtuur IV-VIII
Scharp IV-VI
Trompet 16′
Trompet 8′
Rugpositief C-g3:
Prestant 8′
(discant dubbel)
Holpijp 8′
Octaaf 4′
Octaaf 2′
Sexquialter II
Mixtuur IV-VIII
Cornet VI
Trompet 8′

Tremulant
Bovenwerk C-g3:
Baarpijp 8′
Quintadeen 8′
Viool de Gambe 8′
Octaaf 4′
Gemshoorn 4′
Nassat 3′
Nagthoorn 2′
Sexquialter II-IV
Cimbaal III
Dolceaan 8′
Vox Humana 8′

Tremulant
Pedaal C-d1:
Prestant 16′
Bourdon 16′
Octaaf 8′
Octaaf 4′
Quint 3′
Mixtuur III
Bazuin 16′
Trompet 8′
Trompet 4′

Koppelingen:
RP-HW
HW-BW
Ped-RP
Ped-HW

Culemborg – Verzorgingshuis Beatrix

Dispotitie van het Van den Brink-orgel (1838)

Manuaal C-f3:
Holpyp B/D 8′
Fluyt Trav D 8′
Fluyt B/D 4′
Quint D 2/3′
Octaaf B/D 2′

Toonhoogte
a = 440bij 18 graden Celsius

‘s-Hertogenbosch – Sint Janskathedraal

Orgelbouwers: 1622 Hocque, 1634 Hagerbeer, 1718 Hoornbeeck, 1787 Heyneman, 1869 Vollebregt, 1984 Flentrop – Toonhoogte: a’ = 415 Hz

Hoofdwerk C-f3:
Praestant 16′
Bourdon 16′
Praestant 8′
Holpyp 8′
Octaaf 4′
Quint 3′
Octaaf 2′
Tertiaan 3 1/5′
Mixtuur VII
Trompet 16′
Trompet 8′
Rugwerk C-f3:
Praestant 8′
Holpijp 8′
Quintadena 8′
Fluyttravers 8′ disc
Octaaf 4′
Fluyt Dous 4′
Super Octaaf 2′
Flageolet 1′
Sexquialter II
Mixtuur V
Trompet 8′
Dulciaan 8′
Tremulant RW
Bovenwerk C-f3:
Quintadena 16′
Praestant 8′
Roerfluyt 8′
Viola di Gamba 8′
Octaaf 4′
Open Fluyt 4′
Quintfluyt 3′
Octaaf 2′
Open Fluyt 2′
Sexquialter II
Cornet V disc
Carillon III disc
Trompet 8′
Vox Humana 8′
Hautbois 8′
Tremulant (werkt ook als
Tramblant doux op RW)
Pedaal C-f1:
Prestant 32′
Prestant 16′
Bourdon 16′
Octaaf 8′
Gedekt 8′ 
Octaaf 4′
Bazuyn 16′
Trompet 8′
Clairon 4′
Cornet 2′

Koppelingen:
HW-RW
RW-HW
HW-BW
Ped-RW
Ped-HW

Eckelrade – Sint Bartholomeuskerk

Het orgel werd omstreeks 1775 gebouwd, waarschijnlijk door Guillaume Robustelly.

Dispositie van het Robustelly-orgel (ca.1775)

Manuaal C,D-d3:
Bourdon 8′
Prestant 4′
Flûte 4′
Nazard 2 2/3′
Doublette 2′
Tierce 1 3/5′
Sesquialtera II
Fourniture IV
Cornet D IV
Cromhorne B/D 8′
Trompette B/D 8′
Pedaal C,D-d:
Aangehangen

Tremolant

Toonhoogte
a = 419,5 bij 18 graden Celsius

Restauratie 2004
door fa. Verschueren

Deling tussen c en cis

Mheer – Sint Lambertuskerk




België – Gent – Sint Baafskathedraal

Orgelbouwers: 1653 Louis Bis en Pierre Destré, kas van Jacques Sauvage, 1936 Klais
Het pijpwerk van manuaal 1-2 staat opgesteld in de historische kas in de kruisbeuk, vandaar dat men spreekt van het Kruisbeukorgel.
Het pijpwerk van manuaal 3-5 staat op de koorgalerijen, dit noemt men daarom het Koororgel.
Tractuur:
Electro-pneumatisch. Dit is het grootste orgel van de Benelux.

Dispositie

Nevenwerk
(Manuaal 1):
Principaal 8′
Wilgenpijp 8′
Holpijp 8′
Oktaaf 4′
Koppelfluit 4′
Nazard 2 2/3′
Zwegel 2′
Stemmeke 1′
Cimbel IV
Tertiaan II
Regaal 8′
Hobo 8′
Hoofdwerk
(Manuaal 2):
Prestant 16′
Gedekt 16′
Prestant 8′
Roerfluit 8′
Kwintadeen 8′
Oktaaf 4′
Fluit 4′
Gemshoorn 4′
Kwint 2 2/3′
Oktaaf 2′
Spitsfluit 2′
Ruispijp IV
Vulwerk IV-VI
Cornet V disc
Bazuin 16′
Trompet 8′
Kromhoorn-Regaal 8′
Klaroen 4′
Pedaal:
Bromstem 32′
Principaal bas 16′
Openbas 16′
Brompijp 16′
Zachtbas 16′
Kwintbas 10 2/3′
Oktaafbas 8′
Roerfluit 8′
Gedektbas 8′
Oktaaf 4′
Fluit 4′
Veldfluit 2′
Vulwerk IV
Bazuinbas 32′
Bazuin 16′
Trompetbas 8′
Zink 4′
Zingend Cornet 2′
Speelhulpen:
Alle normaalkoppels
sub- en oktaafkoppels
Generaalcrescendo
Vrij instelbaar
    automatisch pedaal
Drie vrije combinaties
Drie vaste combinaties
Generale tutti

Manuaalomvang: C-c””
Pedaalomvang: C-g’
Koorwerk
(Manuaal 3):
Kwintadeen 16′
Principaal 8′
Salicionaal 8′
Houten Fluit 8′
Oktaaf 4′
Blokfluit 4′
Oktaafken 2′
Terts 1 3/5′
Kleine Kwint 1 1/3′
Vulwerk IV
Cimbel III
Kromhoorn 8′
Koptrompet 4′
Zwelwerk
(Manuaal 4):
Zacht gedekt 16′
Vioolprincipaal 8′
Kwintadeen 8′
Oktaaf 4′
Dwarsfluit 4′
Cimbelken II
Echo Cornet III-V
Dulciaan 16′
Trompet 8′
Tremulant
Bovenwerk
(Manuaal 5):
Nachthoorngedekt 8′
Spitsgamba 8′
Zweving 8′
Zingend principaal 4′
Zwitserse Pijp 4′
Woudfluit 2′
Scherp IV
Seskwialter II
Hobo 4′
Regaal 4′
Tremulant
Pedaal
(bij Manuaal 3-5):
Gedektbas 16′
Fluit 8′
Gedekt 8′
Kwint 5 1/3′
Oktaaf 4′
Fluit 4′
Veldfluit 2′
Oktaaf Cimbel II
Pommer 16′
Hoorn 8′

Duitsland – Steinhagen (Nordrhein-Westfalen) – Ev.-Kirche

De dispositie van het orgel werd ontworpen door Arno Schönstedt. Het orgel werd in 1965 gebouwd door de firma Führer.

Dispositie van het Führer-orgel (1965)

Hauptwerk C-g3:
Quintade 16′
Praestant 8′
Rohrflöte 8′
Oktave 4′
Spitzflöte 4′
Nasard 2 2/3′
Flachflöte 2′
Mixtur IV
Trompete 8′
Brustwerk (schwellbar)
C-g3:

Gedackt 8′
Rohrflöte 4′
Prinzipal 2′
Oktav 1′
Tertian II
Zimbel II
Vox Humana 8′

Tremulant
Pedal C-f1:
Subbaß 16′
Oktave 8′
Rohrpommer 4′
Mixtur III
Posaune 16′
Schalmey 4′

Koppel HW-BW
Koppel Ped-HW
Koppel Ped-BW