Woerden – Petruskerk (hoofdorgel)

Het hoofdorgel van de Petruskerk te Woerden

Dispositie van het Johann Heinrich Hartmann Bätz-orgel in de Petruskerk (1768)

Hoofdwerk C-d3:Rugpositief C-d3:Pedaal C-d’:Voorts:
Prestant 16′ 
[Discant dubbel]
Baardpijp 8′
Quintadeen 8′
Roerfluyt 8′
Octaaf 4′
Fluyt 4′
Quint 3′ 
[Discant dubbel]
Octaaf 2′ 
[Discant dubbel]
Nagthoorn 2′
Mixtuur IV-VI-VIII
Trompet 8′
Vox humana 8′
Trambland tot
Vox humana 8′
Prestant 8′ 
[Discant dubbel]
Holpijp 8′
Octaaf 4′
Fluyt 4′
Nasaat 3′
Superoctaaf 2′
Flageolet 1 ½’
Mixtuur III-IV-V-VI
Cornet IV discant
Trompet 8′
Trambland 
tot Ruxpositief
Bordon 16′
(C-H eiken, 1836)
Prestant 8′
Octaaf 4′
Fagot 16′
Trompet 8′

Koppelingen:
Copling HW-RP
bas/discant
Copling RP-HW
Copling Ped-HW

 
Winduytlating
Drie Afsluytingen
Toonhoogte
a = 415 Hertz
bij 18 graden Celsius
Stemming:
Kirnberger III

Belangrijk:
De klavierkoppels
kunnen tijdens
het spelen niet
worden
getrokken,
ook kunnen ze
niet worden
weggeduwd 

Verdeling van de registers aan de linkerzijde van de speeltafel:

     6.
Koppeling
RP-HW

Afsluyting
HW
1.
Mixtuur
HW
2.
Octaaf 2′
HW
3.
Fluyt 4′ 
HW
4.
Quintadeen 8′
HW
5.
Baardpijp 8′
HW

Afsluyting
Ped
7.
Trambland
RP
8.
Fagot 16′
Ped
9.
Bordon 16′
Ped
10.
Voxhumana 8′
HW
11. Koppeling
HW-RP
Links

Afsluyting
RP
12.
Mixtuur
RP
13.
Fluyt 4′
RP
14.
Nasaat 3′
RP
15.
Holpijp 8′
RP
16.
Prestant 8′
RP

Verdeling van de registers aan de rechterzijde van de speeltafel:

17.
Prestant 16′
HW
18.
Roerfluyt 8′
HW
19.
Octaaf 4′
HW
20.
Quint 3′
HW
21.
Nagthoorn 2′
HW
22. Trambland
tot Voxhumana
HW
23. Koppeling
HW-RP
Rechts
24.
Trompet 8′
HW
25.
Prestant 8′
Ped
26.
Octaaf 4′
Ped
27.
Trompet 8′
Ped
[geen nummer]
Winduytlating
28.
Cornet
RP
29.
Octaaf 4′
RP
30.
Superoctaaf 2′
RP
31.
Flageolet 1½’
RP
32.
Trompet 8′
RP
33.
Koppeling
Ped-HW


Bij koppel nr. 6 is het de bedoeling dat men op RP speelt en de toetsen van het HW gaan dan mee.
Bij de koppels nrs. 11 en 23 speelt men op het HW en dan gaan de toetsen van het RP mee.

In het bovenstaande schema staan de registers van het Hoofdwerk in rood, Pedaal in paars, Rugpositief in groen
Het orgel heeft 27 stemmen. Omdat veel registers in de discant dubbel zijn en de Mixtuur zelfs oploopt tot 8 sterk is het instrument te vergelijken met een orgel van 30 à 32 stemmen.
In totaal zijn er 1842 orgelpijpen.

Ter vergelijking :
het orgel in de Oude Kerk in Huizen heeft 26 stemmen. In totaal zijn er 1592 orgelpijpen.
Wanneer we aan dat orgel 4 manuaalregisters en 1 pedaalstem zouden toevoegen zouden er ook circa 1842 orgelpijpen aanwezig zijn.

Informatie over de recente restauratie van het orgel: Restauratie Bätz-orgel

Orgels en organisten van de Grote- of Petruskerk te Woerden, vanaf circa 1460

Het Peter Geritsz-orgel (1479)
uit de Koorkerk te Middelburg.
In de Petruskerk bouwde
Peter Geritsz ook een orgel.
Vermoedelijk vertoonden deze
orgels uiterlijk overeenkomsten.

Waarschijnlijk was er reeds in de 10e eeuw een kerk op de plaats van de huidige Petruskerk. Wanneer precies met de bouw werd begonnen is onzeker. We weten in elk geval dat Dirk III (die van 1190 tot 1203 graaf van Holland was) in 1202 de bisschop van Utrecht aanviel en dat bij deze gelegenheid, na roof en brandstichtingen ook de kerk werd verbrand. We nemen aan, dat de kerk na deze verwoesting werd opgebouwd. In de loop van de 14e eeuw werd de toren gebouwd, waarschijnlijk rond 1375. Daarna werd de kerk ook uitgebreid. Rond 1450 was de vergrootte kerk gereed. De Petruskerk bezat waarschijnlijk reeds in de 15e eeuw een orgel.

Het Peter Gerritz-orgel van circa 1460
Henric Gysbertszoon was mogelijk vanaf circa 1460 organist van de Petruskerk. We weten namelijk dat Henric in 1458 of 1459 een bezoek bracht aan de orgelbouwer Peter Gerritszoon te Utrecht. Dit blijkt uit de stadsrekeningen. Peter Gerritsz kreeg de opdracht kreeg om het orgel in Woerden te bouwen. Hij heeft enkele jaren later (1477-1479) ook het orgel van de Nicolaïkerk te Utrecht gebouwd. Het is zeer bijzonder dat de kas van dit Utrechtse orgel niet verloren is gegaan, maar nog steeds is te bewonderen in de koorkerk te Middelburg. Het Woerdense orgel zal veel overeenkomsten met dit instrument hebben vertoond. Na 1460 ontbreken helaas weer alle gegevens over een orgel en eventuele organisten in Woerden. Pas omstreeks het jaar 1520 wordt er weer melding gemaakt van een anonieme organist. 

Het Niehoff-orgel van 1555
De orgelbouwer Hendrik Niehoff (ca. 1495-1561) uit ‘s-Hertogenbosch, die omstreeks 1520 in dienst trad van orgelbouwer Jan van Covelens, bouwde in 1539-1540 een fraai orgel in de Bartholomeüskerk te Schoonhoven. De kas van dit instrument is bewaard gebleven en bevindt zich thans in de Laurenskerk te Rotterdam. In 1545 bouwde Niehoff een orgel voor de Oude Kerk in Amsterdam en omstreeks 1556-1558 een instrument voor de Sint Janskerk in Gouda. In deze periode ontstond ook in Woerden de wens om het Woerdense orgel uit te breiden en/of te moderniseren. Daartoe stuurde de magistraat van de stad in 1554-1555 een bode naar deze vermaarde orgelbouwer Hendrik Niehoff te ’s-Hertogenbosch. Kennelijk met goed resultaat voor Niehoff, want kort daarna, omstreeks 1555, verrichtte deze orgelbouwer werkzaamheden in de Petruskerk. Wat hij precies in Woerden heeft gedaan, is helaas volledig onbekend gebleven. Waarschijnlijk bouwde hij een vrijwel nieuw orgel, maar dat is geenszins zeker. Maarten Albert Vente schrijft in zijn studie “Die Brabanter Orgel”: “Vielleicht baute Niehoff eine grosse und eine kleine Orgel. Die Kirche besass bis weit in das 17. Jahrhundert zwei Orgeln. Ein Hinweis auf Niehoff ist auch darin zu sehen, dass der Organist zu Woerden, Pontiaan Adriaanszoon, 1558 aufgefordert wurde, die neue Orgel in Gouda abzunehmen”. Mogelijk maakte hij daarbij gebruik van pijpwerk uit het oude orgel van Peter Gerritszoon. Naast dit Niehoff-orgel was er waarschijnlijk in het midden van de 16e eeuw nog een tweede orgel aanwezig, maar dat is lang niet zeker. Het is namelijk goed mogelijk dat met het “tweede orgel” het rugpositief van het hoofdorgel werd bedoeld.

Het Hendrik Niehoff-orgel (1557) uit de Grote of Sint Nicolaaskerk te Brouwershaven. Omstreeks 1555 bouwde Niehoff waarschijnlijk ook een orgel voor de Petruskerk. We kunnen gerust aannemen dat deze orgels overeenkomsten vertoonden.

Reeds vanaf circa 1542 waren de volgende personen in dienst als organist:

Pontyaen Adriaenszoon : van circa 1542 tot 1579
Dirck Gerrits Verhey : van 1580 tot 1626
Gerrit Dircxzoon Verhey (Gerrit Dircksen Verhey) : van juni 1626 tot 1637
Jaquus Maton : van 1637 tot 1639
Lucas Jacobs : van 1639 tot 1651
Gijsbert van Dam : van 1652 tot 1672

Kerkbrand van 1672
Op zondag 18 maart 1672 werd Woerden door de Franse troepen bezet. De Hollandse troepen onder leiding van de Prins van Oranje gingen in de nacht van 10 op 11 oktober tot de tegenaanval over. In de vroege morgen van 11 oktober merkte de Franse bezetting de aanval van het leger van de prins, waarna de Fransen op de torentrans van de Petruskerk een vuur maakten, als signaal aan de Franse troepen in Utrecht, om hiermee hulp te vragen bij de bezetting van Woerden. In korte tijd vatte de torenspits echter vlam en verbrandde, waarbij de brandende balken op het kerkdak vielen. Korte tijd later brandde de Petruskerk nagenoeg geheel af. Daarbij ging vrijwel het gehele interieur verloren, inclusief het orgel of de orgels. De kerk werd in 1675 weer in gebruik genomen, maar… zonder orgel!

Het orgel van Johann Heinrich Hartmann Bätz (1768)

Pas in 1766 kreeg de Utrechtse orgelbouwer J.H.H. Bätz (1709-1770) de opdracht om een nieuw orgel te bouwen. Dit instrument werd op 5 mei 1768 in gebruik genomen. Johann Heinrich Hartmann Bätz werd geboren in 1709 in Frankenroda in Saksen. Hoewel er niets over bekend is, is het zeer goed mogelijk dat hij Johann Sebastian Bach zelf heeft horen spelen. Wellicht heeft hij hem zelfs ook ontmoet. Hij bracht de eerste 24 jaar van zijn leven immers gelijktijdig met Bach in dezelfde streek door. In 1733 vestigde hij zich in Nederland. Eerst was hij meesterknecht van Christian Müller. In die periode heeft hij meegewerkt aan de bouw van het beroemde Müller-orgel in de Sint-Bavokerk te Haarlem. Vanaf 1739 was hij zelfstandig orgelbouwer te Utrecht. De eerste tijd verzorgde hij voornamelijk het onderhoud van diverse orgels, zoals het orgel van de Domkerk, Jacobikerk en Nicolaïkerk te Utrecht. Hij bouwde zestien orgels. Twaalf van deze instrumenten bleven min of meer in de originele staat bewaard:

1750 – Mijnsheerenland, Hervormde Kerk (gebouwd voor Heusden, Hervormde Kerk)
1755 – Benschop, Hervormde Kerk
1758 – Schalkwijk, Sint Michaëlskerk (gebouwd voor Oosterhout, Hervormde Kerk)
1761 – Gorinchem, Janskerk (in 1853 uitgebreid en van een nieuwe kas voorzien door Witte)
1762 – Den Haag, Ev.-Lutherse Kerk
1764 – Hoorn, Oosterkerk (in 1871 bouwde Witte een nieuw orgel in de bestaande kas)
1765 – Katwijk aan Zee, Vredeskerk (gebouwd voor Utrecht, Doopsgezinde Kerk)
1765 – Tilburg, Hervormde Kerk
1766 – Amersfoort, Ev.-Lutherse Kerk
1766 – De Pollen, Hervormde Kerk (gebouwd als kabinetorgel voor I.J. Faber van Riemsdijk te Utrecht)
1766 – Oene, Hervormde Kerk (gebouwd voor Utrecht, RK Schuilkerk)
1768 – Woerden, Petruskerk – Dit is zijn laatste instrument dat bewaard is gebleven.

De prachtige orgelkas

Onder het Rugwerk van het J.H.H. Bätz-orgel is, in een prachtig gesneden cartouche, de volgende Latijnse tekst aangebracht:

Duobus organis quibus ornatum antea hoc templum erat hostilli igne combustis ao MDCLXXII novum organum construi decreverunt et locaverund nibblissimi hujus urbis magistratus ao MDCCLVI cujus operis fabricatio sub amplissimorum consulum auspici coepta ao MDCCLXVII et consummata fuit MDCCLXVIII

Nadat de beide orgels waarmee deze kerk eertijds versierd was in 1672 door vijandelijk vuur waren verbrand, hebben de Edele Magistraten van deze stad in 1766 besloten een nieuw orgel te bouwen en te plaatsen. De vervaardiging van het werk is onder toezicht van deskundigen in 1767 begonnen en voltooid in 1768.

We zien aan dit instrument veel uitbundig snij- en beeldhouwwerk in rococo-stijl, gemaakt door de beeldsnijder Johannes Schaddé uit Leiden. Op de borstwering zijn meerdere muziekinstrumenten aangebracht, aan de linkerzijde een gitaar, aan de rechterzijde een viool. De middentoren van het hoofdwerk wordt bekroond met een beeld van de harpspelende Koning David, op het rugwerk zien we het stadswapen van Woerden. Op de overige torens staan musicerende putti.

Meer over de Bätz-orgels vanaf 1773 is te vinden op de aparte pagina over de Bätz-orgels

Organisten van het J.H.H. Bätz-orgel te Woerden vanaf 1768

Evert Rittel : van 5 mei 1768 tot 1774
J.P.E. Mietenheim (overleden 1795) : van 1774 tot 1795
Jan Gijsbert Schuak (1772-1825) : van 1795 tot 1796
Jan Uurling (ca.1760-1845) : van 1796 tot 1845
Jacob Kwast (1820-1890) : van 1845 tot 1847
Willem van Nieuwkerk (1816-1883) : van 1847 tot 1883
Jacob Hendrikus Bastiaan Spaanderman sr. (1864-1943) : van 1883 tot 1889
Martinus Vermeulen (1859-1925) : van 1889 tot 1925
Pieter Vermeulen (1890-1974) : van 1926 tot 1936
Anne Marten ten Hoeve (1909-1996) : van 1936 tot 1979
Herman van Vliet (1941-2018) : van 1979 tot 1990
Ad van Pelt (geb. 1960) : vanaf 1986
Henk Hilgeman (geb. 1962) : van 1986 tot 2006
Annelies van Zoelen-Kuus (geb. 1967) : vanaf 1986
Hendrika Veerman (geb. 1962) : van 1990 tot 1998
Nico van der Kooij (geb. 1960) : vanaf 1988
Kees Bruggeman (geb. 1960) : vanaf 1990
Marnix van der Ploeg (geb. 1974) : vanaf 2009
Henk van Lingen (geb. 1960) : vanaf 2009

Meer over de organisten van de Petruskerk is te vinden op de pagina over de Organisten van de Petruskerk